Interview

Sociaal psychiatrisch verpleegkundige Mieneke vertelt over de crisisdienst

Auteur:
cynthia buckert Marketing- en communicatiemedewerker
Cynthia Buckert

“Werken bij de crisisdienst is hollen of stilstaan. Je bent 24 uur per dag beschikbaar en moet constant schakelen.” Mieneke Wiggen (51) werkt via TMI nu één jaar als sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) bij de crisisdienst in Zwolle.

Een voorliefde voor bijzondere mensen

Al meer dan dertig jaar werkt Mieneke in de zorg. En de rode draad door de jaren heen is het werken met bijzondere mensen. “In een verpleeghuis, waar ik startte als verpleegkundige, werkte ik met dementerende mensen. Vervolgens ging ik aan de slag in de gehandicaptenzorg met cliënten die verstandelijke beperkingen, psychiatrische problemen én gedragsproblemen hadden. Daarna werkte ik met dak- en thuislozen. In alle sectoren werkte ik niet met mensen met standaard gedrag, maar die door dementie, gedragsproblemen of psychiatrische problematiek zijn vastgelopen. Waarom mij dat aantrekt? Omdat ik dan iets harder moet lopen en meer moeite moet doen om in contact te komen met mensen.”

Mieneke sociaal psychiatrisch verpleegkundige

Werken in de psychiatrie

“Werken in de ggz gaat niet alleen over psychiatrie, er komt altijd veel meer bij kijken. Het is niet dat iemand enkel een depressie of psychose heeft. Als het op één vlak niet lukt in het leven, dan loopt het vaak op meerdere fronten spaak. Je gaat op veel verschillende deelgebieden met mensen aan de slag en dat maakt de psychiatrie zo leuk. Ik behandel iemand die verslaafd is, maar ook iemand die beginnende dementie ontwikkelt. Als SPV’er kun je op diverse afdelingen aan de slag. Op de afdeling Psychose zijn je werkzaamheden anders dan wanneer je met mensen werkt die bij de afdeling Angst & Stemmingsstoornissen zitten. Werken bij de crisisdienst betekent dat je nooit weet hoe je dag eruitziet. Sommigen vinden dat schakelen niet leuk en willen graag een vaste agenda hebben. Dat kan bijvoorbeeld als je op de afdeling Depressie werkt. Dan weet je precies hoe je agenda eruitziet.”

Werken bij de crisisdienst

“Bij de crisisdienst werk je vanuit een vaste locatie en heb je drie verschillende diensten; dag, avond of nacht. De crisisdienst is 24 uur bereikbaar voor mensen die zijn vastgelopen. Het is niet zo dat wij iedereen opvangen, maar psychiatrie is een element wat altijd aanwezig moet zijn. De aanmeldingen die wij ontvangen zijn van mensen vanaf 18 jaar en zeer divers. Het is een afspiegeling van de maatschappij. De reden van aanmelding is vaak suïcidaliteit en dan is de crisis hoog. Daar kan een depressie of psychose achter zitten, maar ook een postnatale depressie of mensen met persoonlijkheidsproblematiek die zijn vastgelopen in hun emoties. Ook krijgen we meldingen van mensen die beginnende dementie ontwikkelen.”

“We werken verder veel samen met andere disciplines. Behandelaren van bijvoorbeeld de afdeling Depressie of Angst en Stemmingsstoornissen schakelen ook de crisisdienst in wanneer het niet goed gaat met hun cliënt. De lijnen zijn kort en we werken samen om tot een oplossing te komen voor de cliënt. De crisisdienst is hollen of stilstaan en daardoor de grootste uitdaging van het werken bij de crisisdienst.”

Wat vandaag is besloten, kan morgen helemaal veranderen.

Triage

“De crisisdienst van de psychiatrie kun je vergelijken met de meldkamer van de ambulance. Bij de crisisdienst doorloop je namelijk ook triage. Wanneer je je dienst start, weet je nooit hoe je dag eruit gaat zien. Op de crisisdienst werk je altijd met zijn tweeën, de een is triagist en de ander gaat eropuit. Deze taken wissel je onderling af. Je gaat de persoon uitvragen over de klachten en probeert in korte tijd helder te krijgen wat er aan de hand is en hoe urgent het is. Je hebt urgentie 1 tot en met 6. Wanneer er urgentie 1 is, moet je acuut schakelen en wanneer urgentie 6 aan de melding wordt gekoppeld, betekent dit dat het minstens 24 uur kan wachten. Nadat je als triagist de triage hebt doorlopen, overleg je met de psychiater wat er aan de hand is en welke stappen genomen moeten worden: kan de cliënt op locatie komen of gaan we op huisbezoek? We gaan graag op huisbezoek, omdat het fijn is om de omgeving van de cliënt te zien. Gesprekken doen we ook het liefst met iemands naaste erbij om zo een duidelijk beeld te krijgen van de situatie. Wanneer het agenda technisch niet kan of er is sprake van agressie bij de persoon, dan nodigen we diegene uit op locatie. Zodra we iemand gesproken en beoordeeld hebben, komt daar een diagnose uit en gaan we daarmee aan de slag. Deze diagnose kan worden bijgesteld. Wat vandaag besloten is, kan morgen helemaal veranderen. Snel schakelen hoort bij de crisisdienst en dat moet je leuk vinden”, legt Mieneke uit.

Accepteren dat je ziek bent is een heel proces.

Na de crisisdienst

“Vaak ontstaat er stabiliteit na de crisisdienst, maar hebben patiënten wel meer (langdurige) hulp nodig. Accepteren dat je ziek bent, is voor cliënten vaak al een heel proces. Maar als de persoon tot dat besef komt, dan helpt dat de behandeling enorm. Iedereen doet dat op zijn eigen tempo. Je gunt het mensen wel dat ze er snel bovenop komen, maar als hulpverlener kun je dat niet forceren. Na die zes weken gaat men weer terug naar de eigen behandelaar of verwijzen we iemand terug naar de huisarts. Ook kunnen we iemand doorverwijzen naar een passende behandeling binnen de reguliere psychiatrie. Sommigen kiezen ervoor om een reguliere behandelaar te zoeken, zoals een psycholoog. Het voordeel van de crisisdienst is dat je voorrang krijgt. Wanneer je je momenteel regulier aanmeldt bij de ggz, is er vaak een lange wachttijd. Maar kom je via de crisisdienst binnen, dan krijg je voorrang op een vervolgtraject.

Het is onderbelicht hoe belast mantelzorgers zijn.

De crisisdienst: Heftig!

In mijn oren klinkt de crisisdienst belangrijker dan de normale psychiatrie, omdat het woord ‘crisis’ erin zit. Dat is ook wat Mieneke ervaart wanneer ze mensen vertelt dat ze bij de crisisdienst werkt: “Wanneer mensen tegen buitenstaanders zeggen dat ze op de IC van het ziekenhuis werken, krijgen ze vaak als reactie: “Wat een heftige functie.” Dat zeggen mensen nu ook regelmatig tegen mij. Maar zelf weet ik niet wat zwaarder is: een lang, intensief traject met een patiënt doorlopen of werken bij de crisisdienst. Bij lange trajecten moet je het wel volhouden. Iemand die in behandeling is voor een jaar, leer je namelijk veel beter kennen. Op de crisisdienst is een traject maximaal zes weken, waarbij je geen lange relatie met mensen opbouwt. Het is een soort van overbruggingszorg om te kijken wat er aan de hand is, wat men nodig heeft en hoe men verder moet.”

“Wij zijn als crisisdienst vaak het startpunt, waarbij mensen de behandeling gaan accepteren. Er zijn namelijk veel mensen die een behandeling afhouden, maar wanneer er sprake is van een crisis heb je geen keuze meer en word je toch geholpen. Wat vaak heel positief is voor de omgeving, omdat zij vaak belast zijn door de zorgen die er zijn over de patiënt. Ik denk dat het best onderbelicht is hoe belast mantelzorgers zijn. En dat mantelzorgers ook vaak te lang volhouden, omdat ze altijd het goede willen doen voor hun partner of naasten.”

Je komt van alles tegen tijdens huisbezoeken

“Binnen de functie kom je bij veel mensen binnen die jou niet kennen, maar jij hen ook niet. Wel probeer je snel contact te maken om te inventariseren wat er aan de hand is en wat iemand nodig heeft. Hierdoor moet je jezelf gastvrij opstellen. Die afspiegeling willen wij ook van mensen hebben, een gastvrij en laagdrempelige houding. Ik heb eens een huisbezoek gehad bij een mevrouw die al bij ons bekend was met alcoholmisbruik. Ze had na 1,5 jaar geen alcohol genuttigd te hebben weer een terugval, omdat ze zich eenzaam voelde. We kregen informatie doorgestuurd dat ze de deur dichthield en geen mensen binnen liet komen. Een collega en ik gingen naar haar huis toe, belde aan bij het appartementencomplex en de gemeenschappelijke deur ging meteen open. Op het moment dat we bij haar voordeur aankwamen, kwam een hele vrolijke vrouw naar buiten. Verder hadden we ook een heel leuk gesprek met haar. Van tevoren vorm je een beeld van een persoon, wat vervolgens totaal anders is. Je weet nooit wat je aantreft en wie je ontmoet, daar krijg ik echt energie van.”

“Ook kun je te maken krijgen met agressie. Bij sommigen staat in het dossier dat ze agressief gedrag kunnen vertonen, maar soms weet je het ook niet. Wanneer je er geen goed gevoel bij hebt, ga je er met zijn tweeën heen of schakel je de politie in. Ik vind huisbezoeken heel leuk, maar ik kan mij voorstellen dat mensen hierdoor twijfelen om bij de crisisdienst te komen werken.”

Grote tekorten aan SPV’ers

“De lange wachtlijsten binnen de psychiatrie zijn een algemeen probleem in heel Nederland. Maar er is ook een gillend tekort aan sociaal psychiatrisch verpleegkundigen. Het aantal openstaande vacatures in de gezondheidszorg is enorm. Daarnaast denk ik ook dat er veel meer problemen in Nederland zijn bijgekomen. Welvaart zorgt namelijk voor problematiek. Depressies worden niet minder, maar alleen maar meer. Helaas is het ook zo dat er steeds minder mensen zijn die in de gezondheidszorg willen werken.”

Ben je al sociaal psychiatrisch verpleegkundige of wil je dat worden en ben je nieuwsgierig naar het vak. Dan heeft Mieneke één goede tip: “Vraag bij de instelling of je een dag mag meelopen om een beeld te krijgen van het vak. Iets bekijken en meemaken is veel beter dan er alleen over praten.”

Op zoek naar een nieuwe uitdaging?

Bekijk de vacatures

Heb je een vraag aan een van onze medewerkers?

Bel ons dan op 020 – 510 6754

Of stuur ons een bericht via: