Interview

Innovaties binnen de Ambulancezorg

Auteur:
Lisa Schagen

Thijs Gras (58) is historicus, redacteur van het vakblad V&VN Ambulancezorg én ambulanceverpleegkundige. Daarnaast is hij opgeleid als Officier van Dienst Geneeskundig. Thijs heeft dertien jaar in een combifunctie gewerkt op de meldkamer en als ambulanceverpleegkundige. Inmiddels is hij al 25 jaar werkzaam op de ambulance in Amsterdam. Hij schrijft boeken over de ambulancezorg voor verschillende regio’s in Nederland, waaronder Amsterdam/Amstelland, Zuid-Limburg en Friesland. Ook rijdt hij regelmatig mee op de ambulance in het buitenland en geeft daar presentaties over de ambulancezorg in Nederland. Wij mochten Thijs interviewen over de historie en innovaties binnen de ambulancezorg.

De komst van de mobiel binnen de ambulancezorg

‘’De belangrijkste innovatie binnen de ambulancezorg is de komst van de mobiele telefonie. Vroeger werd je zonder mobiel anders gealarmeerd dan tegenwoordig. Destijds moest je zelf naar de dokter of het ziekenhuis lopen als patiënt of je stuurde een brief. De komst van de mobiele telefonie heeft het basale aspect van de ambulancezorg niet veranderd. Ofwel: er is een spoedgeval, daar moet vervolgens een ambulance heen om te kijken hoe het gaat en indien nodig moet de patiënt naar het ziekenhuis gebracht worden. Het enige wat anders is, is de manier waarop dit gedaan wordt. Vroeger werd een patiënt bijvoorbeeld vervoerd op een simpele brandcard en waren de wegen slechter, waardoor je langer over de rit deed.

Ambulanceverpleegkundige Thijs Gras

In het begin van de jaren ‘60 kwam de telefonie op binnen de ambulancezorg. Sindsdien is het mogelijk om met iemand te communiceren die onderweg is. Voor die tijd werd dit anders opgelost. De ambulancediensten toen wisten precies hoe de ambulance terugreed als deze van een spoedgeval terugkwam. Op een gegeven moment wisten ze hoelang de ambulance erover deed om ergens te komen. Dan belden ze van tevoren bijvoorbeeld de brugwacht om te vragen of de brugwacht de ambulance wilde instrueren waar het volgende spoedgeval was. In Meppel hadden ze een creatieve oplossing bedacht voor als er spoedgeval was waarbij ze de dokter wilden hebben: tien personen die een telefoon hadden en verspreid over die plaats woonden, werden dan gebeld en moesten een rode kruisvlag uit het raam hangen. De arts moest daarom tijdens zijn visites bij mensen thuis goed opletten of er ergens een vlag buiten hing. Vervolgens moest die arts dan naar het huis met vlag toe om te horen waar hij naartoe moest en om welke melding het ging. Tegenwoordig probeert de meldkamer al te achterhalen wat er precies gebeurd is en hoe het met de slachtoffers is. Indien nodig geven de centralisten aan de melder al instructies om de eerste hulpverlening op te starten.

Vroeger werd de arts door middel van een vlag met een rood kruis gealarmeerd dat hij naar een spoedgeval moest.

De juiste methode per situatie

Er zijn een aantal innovaties binnen de ambulancezorg geweest waar nog steeds een discussie over is. Zo behandelen we patiënten nu anders dan vroeger. Destijds ging je altijd zo snel mogelijk met de patiënt naar een ziekenhuis. Nu vindt ambulancepersoneel dit niet altijd meer nodig, omdat je ter plaatse handelingen kunt uitvoeren. Er zijn hier nog altijd onduidelijkheden over. Er zijn nu drie dingen die je kunt doen: scoop and run (oppakken en wegwezen), stay and play (uitgebreid ter plaatse stabiliseren) en de tussenweg: sweep and treat (snel de ambulance in, rijden en onderweg handelingen uitvoeren). Wat je het beste kunt doen verschilt ook per situatie; wat is de ernst van het letsel? Wat is de afstand tot het ziekenhuis? En wat is de verkeerdrukte? Dit zijn allemaal factoren die meespelen om de juiste beslissing te maken. Het is gelukkig steeds vaker mogelijk om patiënten ter plaatse te behandelen, maar dit levert in de praktijk twijfelachtige situaties op.

Discussiepunt: mond-op-mondbeademing bij drenkelingen

Ook is de reanimatie bij drenkelingen regelmatig een discussiepunt geweest. In 1767 heeft de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen mond-op-mondbeademing en drukken op de borst aanbevolen. Ook adviseerden ze toen om prikkelende rook in de anus te blazen met een blaasbalg. Mond-op-mond werd vervolgens onhygiënisch gevonden. Dit is in het begin van de 19e eeuw afgeschaft en vervangen door methodes waarbij je met de armen van het slachtoffer moest zwaaien en op zijn borst moest drukken. In de jaren ‘60 is de mond-op-mondbeademing weer onderdeel geworden van het beleid, omdat het toch wel effectief was. Nu is er gelukkig iets ter vervanging bedacht; er wordt met maskers gewerkt om het hygiënischer te maken en ook met ballonnen kun je iemand beter beademen.

Wat veel mensen niet weten: in de 19e eeuw werd al stroom toegepast op drenkelingen. De Maatschappij tot Redding van Drenkelingen had op strategische punten zoals bruggen en sluizen, kistjes voor reanimatie geplaatst. Daarin zaten blaasbalgen en de elektrische apparaten. Een voorloper op de AED’s zou je kunnen zeggen!

Innovaties binnen de voertuigtechniek

Het probleem binnen de voertuigtechniek in de ambulancezorg is dat men altijd een auto als uitgangspunt neemt en hier een ambulance van maakt. In de jaren ‘70 dacht ingenieur Jansdaal hier anders over. Hij dacht het principe eens om te draaien. Hij wilde een ambulance ontwerpen met de patiënt als uitgangspunt. Hierbij speelden factoren zoals comfort en genoeg ruimte mee. Hij concludeerde dat de beste positie voor de patiënt tussen de assen en in de rijrichting van de auto mee was. Uiteindelijk is het ontwerp van Jansdaal niet gebruikt in de praktijk. Er bleken technische problemen te zijn, waardoor dit niet mogelijk was.

Wat betreft de voertuigtechniek is er ook altijd sprake van conflicterende belangen. Je wilt snelheid, ruimte en comfort. Dit zijn aspecten die erg moeilijk met elkaar te combineren zijn. Als je een grote auto maakt, gaat dit ten koste van de snelheid. Bovendien moet de ambulance voldoen aan bepaalde veiligheidseisen. Als de patiënt bijvoorbeeld in de rijrichting van de auto mee ligt, bevindt het hoofd van de patiënt zich op een gevaarlijke plek. Als er iemand tegen de auto aanrijdt via de achterkant, is het eerste wat er geraakt wordt het hoofd van de patiënt. Dit is ook de reden waarom de patiënt andersom in de ambulance ligt. Wel is er rekening mee gehouden dat het grootste gedeelte van het lichaam tussen de assen van de auto ligt, wat het meest comfortabel is voor de patiënt. Het blijft concessies doen aan het één of het ander. Daarnaast heb je ook te maken met verschillende soorten letsel. Voor de één is het bijvoorbeeld van belang dat het niet hobbelt in de ambulance en voor de ander maakt dat niet zo veel uit.

Brandcardtechniek

Vroeger waren er brandcards die je zelf moest tillen. Dit was fysiek zwaar werk als je iemand naar de ambulance moest brengen. In de jaren ‘70 is er een brandcard met wielen ontworpen. En vanaf 2017/2018 is de brandcard gelukkig volledig elektrisch. De brandcard gaat automatisch de ambulance in en uit. Er zijn al testen uitgevoerd met verschillende veringen. Er is bijvoorbeeld een brandcard ontworpen met hydraulische veren. Die zweefde erg en werd ook wel zweefbrancard genoemd. Zo werden abrupte schokken opgevangen. Het probleem met dit soort innovaties is dat het voor de ene persoon een goede oplossing is en voor de ander niet. Sommige patiënten vonden de brandcard met de hydraulische veren prettig, terwijl anderen er zeeziek van werden.

Tegenwoordig kun je uit één druppel bloed al veel conclusies trekken.

Medische hulpmiddelen; diagnostiek en behandeling

Op het gebied van de medische hulpmiddelen hebben de afgelopen jaren veel ontwikkelingen plaatsgevonden. Zo bestaat er nu een apparaat waarmee je ter plaatse een echo kunt maken. Tevens zijn er draagbare scans voor op het hoofd van de patiënt, zodat je meteen kunt zien waar het probleem in iemands hoofd zich bevindt. Deze innovaties zijn tot nu toe met name bij de ambulancehelikopters uitgerold.

Bloed afnemen bij de patiënt wordt steeds gemakkelijker. Je kunt uit één druppeltje bloed al veel conclusies trekken. Het apparaat voor het analyseren van bloed veel kleiner. Hierdoor kun je beter beoordelen of je patiënten wel of niet meeneemt naar het ziekenhuis, omdat je ter plekke al een voorlopige diagnose stelt. In de toekomst zal dit zich verder ontwikkelen naar een kleiner apparaat, zodat dit makkelijker te vervoeren wordt.

We worden steeds beter in het controleren van bloedingen: de knevel (tourniquet) is weer terug en je hebt nu bloedstillende gazen die je in een wond kunt stoppen. Verder hebben de artsen op de helikopter een kit om bloedtransfusie mee te geven als iemand veel bloed heeft verloren. Zo kun je tijd kopen om iemand vervolgens te behandelen. Ze maken ook geregeld op straat de borstkas open om het hart met de hand te reanimeren. Door deze handelingen ben je wel steeds langer ter plaatse bezig en dat is niet altijd goed.

Door het creëren van innovaties ontstaan er soms weer nieuwe problemen.

Organisatie van de zorg; de Spoedeisende Hulp (SEH) blijft belangrijk

Wanneer een patiënt in het ziekenhuis binnenkomt met een Cerebro Vasculair Accident (CVA) is het zonde als je die patiënt een heel traject op de eerste hulp laat doorlopen als je al weet welke behandeling de patiënt nodig heeft. Namelijk een scan (in het geval van een beroerte) of een dotterbehandeling (bij een acuut hartinfarct). In Denemarken hebben ze een test gedaan om dit proces te versoepelen. Het ziekenhuis had verschillende ingangen, zodat je met de ambulance de patiënt direct op de juiste afdeling afzet.

Het is belangrijk om kritisch naar deze werkwijze te kijken. Een SEH is namelijk ook een aspect van de organisatie van de zorg in het ziekenhuis. Je hebt als ziekenhuis ook te maken met mensen die komen binnenlopen. Dan is een Eerste Hulp wel handig, anders slibt je hele ziekenhuis dicht. Het blijft zoeken naar de beste werkwijze. Wij brengen op dit moment patiënten met bevallingen of gynaecologische problemen wel direct naar de polikliniek of de spoedkamers van de Verloskunde.

Veel innovaties worden bedacht als een oplossing voor een probleem. Maar wat mensen vergeten is dat je door die innovaties weer nieuwe problemen creëert, die je van tevoren helemaal niet bedacht had.

Nieuwe uniforms en steekvesten

Naast steekvesten zijn er voor het ambulancepersoneel nieuwe uniforms ontworpen. Momenteel zijn er testen met het uniform in verschillende regio’s in het land. Helaas worden er al problemen in de praktijk opgemerkt met betrekking tot het nieuwe uniform. Het uniform blijkt niet tegen alle weeromstandigheden bestendig. Tevens werken wij gedurende de coronacrisis helemaal met een andere persoonlijke uitrusting dan wij gewend zijn; beschermende pakken, brillen, spatschermen en handschoenen. Ik verwacht dat dit zich nog verder ontwikkeld. Bijvoorbeeld een bril die niet beslaat door een mondkapje.

Opleiding en training

Binnen de ambulancezorg is de Lange Tranche opleiding nieuw. Verpleegkundigen kunnen zich door middel van deze opleiding laten omscholen tot ambulanceverpleegkundige. Tot nu toe was het zo dat je een specialisatie moest hebben om de opleiding tot ambulanceverpleegkunde te volgen, bijvoorbeeld IC of SEH. Ook is de bachelor Medische Hulpverlening (BMH) een nieuwe ontwikkeling op opleidingsgebied. Door middel van deze opleiding is het mogelijk om ambulancehulpverlener te worden, zonder dat je eerst een verpleegkundigenopleiding met specialisatie hoeft te doorlopen. Deze studies zijn een oplossing voor de personeelstekorten binnen de ambulancezorg.

De trainingspoppen voor de opleidingen zijn in de loop der jaren ook flink ontwikkeld. Vroeger had je een klein hoofdje dat je kon beademen. Tegenwoordig zijn er poppen waar je wonden op kunt behandelen en waarin je infusen kunt inbrengen, waar je allerlei waardes en functies zoals ademhalen en hartritmes op kunt weergeven. Deze poppen worden in de toekomst nog ‘’echter’’.

Het basale ambulancewerk blijft altijd hetzelfde.

De toekomst: wat kunnen we verwachten?

Ik denk dat het basale ambulancewerk zoals eerder genoemd altijd hetzelfde blijft; er is een patiënt in nood en daar moet je fysiek naartoe om te bekijken wat er aan de hand is. En dan heb je een auto nodig om die patiënt indien nodig naar het ziekenhuis te vervoeren. Wel denk ik dat het steeds meer mogelijk gaat zijn om patiënten ter plaatse te behandelen. We kunnen mensen beter in kaart brengen met aanvullende onderzoeken en zelfs bloedonderzoek. Verder kunnen we makkelijker op afstand hulp inroepen van andere deskundigen en patiënten vaker thuislaten. Ook zijn er verschillende medicijnen die komen en gaan, want die industrie staat niet stil.

Verder is het mogelijk dat de ambulances allemaal over gaan op elektrische auto’s. En wellicht komt er weer iemand zoals meneer Jansdaal, die een poging doet om een auto te bouwen om de patiënt heen. Ook verwacht ik dat er steeds meer verkeerslicht beïnvloeding door de ambulance gaat plaatsvinden. Verder vinden er naar verwachting geen grote veranderingen plaats op korte termijn. Uiteindelijk wil je als patiënt dat er fysiek iemand bij je is in een acute situatie en niet dat een robot je komt helpen.

Benieuwd naar de mogelijkheden binnen de ambulancezorg via TMI?

Bekijk de vacatures

Heb je een vraag aan een van onze medewerkers?

Bel ons dan op 020 – 510 6754

Of stuur ons een bericht via: