Machteld Bakker is ambulanceverpleegkundige en heeft de afgelopen vijftien jaar op oproepbasis via TMI op Schiphol gewerkt. Een bijzondere baan waar geen dag hetzelfde is. Passagiers in het vliegtuig, personeel bij de hangars of toeristen op de roltrap; veel verschillende doelgroepen komen voorbij wanneer Machteld een werkdag op Schiphol heeft. “Als passagier kom je bij de incheckbalie, ga je naar de douane en kom je in de grote vertrekhal, maar Schiphol is nog zoveel meer dan dat. In mijn werk krijg ik te maken met veel verschillende mensen, nationaliteiten, maar ook ongevallen en calamiteiten.”
Bezige bij
Al ruim 29 jaar werkt Machteld op de Ambulance. Net als iedere ambulanceverpleegkundige is zij begonnen in het ziekenhuis en heeft ze vervolgens de opleiding aan de Ambulance Academie gevolgd. “Na de academie ben ik in 1998 begonnen als oproepkracht bij de Ambulancedienst Haarlem, daarna ben ik in vaste dienst getreden en nooit meer weggegaan.”
Stilzitten doet Machteld zeker niet, want hiernaast werkt ze ook als Rapid Responder, zit ze bij het Ambulance fietsteam en draait ze diensten op Schiphol. “Als Rapid Responder rijd ik in mijn eentje rond in een klein ambulancevoertuig. Hiermee kan ik eerste hulp ter plaatse bieden, maar de patiënt niet vervoeren naar het ziekenhuis. Een leuke uitdaging, omdat ik in mijn eentje spoedritten moet rijden. Bij het ambulance fietsteam word ik ingezet wanneer er in Haarlem evenementen zijn, zoals Bevrijdingspop en het Bloemencorso. Samen met drie andere collega’s fiets ik rond om hulp te verlenen wanneer dit nodig is. Daarnaast draai ik losse diensten op Schiphol.”
Werken op Schiphol
“Via een collega bij de Ambulancedienst ben ik vijftien jaar geleden bij Schiphol begonnen. Hij gaf via KLM Health Services les aan personeel in de luchtvaart. Ik ben toen ook BLS-trainingen gaan geven, maar merkte al vrij snel dat ik hier niet genoeg energie van kreeg. Toen ik werd gevraagd om op de ambulancedienst te komen werken zag ik dat direct zitten! Ik heb in Haarlem een contract van 28 uur per week, de overige tijd vul ik in met diensten. Het wisselt hoe vaak ik word ingezet. Ik vul diensten op wanneer iemand met vakantie is, scholingen moet volgen of ziek is. Het is een fijn team waarmee ik samen werk en daarom kijk ik iedere keer uit naar de volgende dienst.”
Mensen die zeggen dat er op Schiphol niet zo veel gebeurt, hebben absoluut ongelijk.
Een typische werkdag
Als toerist zien we maar een klein gedeelte van het vliegveld. Machteld heeft intussen gezien hoe groot de organisatie is. “De ambulancepost op Schiphol zit samen met de brandweer. Als mijn 24-uursdienst begint, start ik om 08:00 uur met het controleren van de wagen om te kijken of alles werkt en alle materialen aanwezig zijn. De dienst draai ik met twee andere collega’s; een ambulancechauffeur en een verpleegkundige. Als chauffeur moet je het terrein goed kennen, want het is een gigantische onderneming. Naast de vertrek- en aankomsthal heb je onder andere nog de landingsbaan, de verschillende gates, de bagagebanden, hangaars, kantoren en de bouwplaatsen. Tijdens de dienst rijden we rond en wachten we op een melding vanuit de Meldkamer. Zo’n dag is het hollen of stilstaan en moet je jezelf soms ook vermaken. Dat geldt ook voor de reguliere ambulancedienst, alleen werk je op Schiphol in een andere omgeving. Dit maakt het voor mij minder routinematig. In de middag lunchen we vaak in het hoofdgebouw en ‘s avonds eten we samen met de collega’s van de brandweer op de kazerne. Hier slapen we ook. Tijdens het slapen blijf ik oproepbaar en moet ik er soms dus ook uit.”
Meldingen die we vaak zien
Op Schiphol komen er op de drukste dagen zo’n 67.500 passagiers voorbij, daarnaast zijn er ook nog bezoekers en werknemers. “Mensen die zeggen dat er op Schiphol niet zo veel gebeurt, hebben absoluut ongelijk. Meldingen die we vaak voorbij zien komen zijn mensen die onwel worden, ongevallen op de bouwplaats doordat er wordt gewerkt met grove materialen, trombose in het vliegtuig en reanimatie. Onlangs kregen we een melding dat er een dame was flauwgevallen in de vertrekhal. Het viel gelukkig mee en daarom kreeg ze van ons een ‘fit-to–fly‘ document, zodat ze alsnog mee mocht op de vlucht. Zij dacht echter dat ze het in haar voordeel kon gebruiken om de rij over te slaan en eerste klas te vliegen. Ze had het alleen zo erg aangedikt dat ze bijna niet meer mee mocht. Een vliegmaatschappij wil namelijk niet riskeren dat er iets gebeurt tijdens de vlucht en dat ze bij de eerst mogelijke stop moeten landen.”
Nieuwsgierig naar werken als ambulanceverpleegkundige?
Een incident dat is bijgebleven
“Een incident wat me bij is gebleven, is een incident op een roltrap, waarbij een groep ouderen bekneld zat. De groep stond op een omhooggaande roltrap en halverwege viel er een mevrouw. Niemand hielp de vrouw of drukte op de stopknop, waardoor eenmaal boven de vrouw nog steeds op de roltrap lag, en iedereen over haar heen struikelde. Eén vrouw wist zich tussen de vallende mensen door te wurmen, trok haar tas achter zich aan en liep zonder blikken of blozen verder. Het was zo’n aparte situatie! Pas na tien minuten kwamen wij aan, omdat er eerder simpelweg niet om hulp werd geroepen. Gelukkig kwam iedereen er, op wat schaafwonden na, heelhuids van af. Geen leuke ervaring voor deze mensen natuurlijk, maar wij zagen later op de videobeelden dat het er vrij komisch uitzag.”
Verschillen Schiphol en de reguliere Ambulancedienst
Naast dat de protocollen altijd hetzelfde blijven, heb je ook verschillen tussen werken op Schiphol en bij de reguliere Ambulancedienst. “Los van de omgeving, want die is natuurlijk anders, is het grootste verschil dat je niet in een thuissituatie komt. Mensen die op Schiphol zijn, gaan altijd ergens naartoe. Ze gaan op vakantie, op zakenreis of op bezoek bij familie. Daar zit ook meteen het tweede verschil; mensen hebben haast en willen hun vlucht halen, ondanks dat ze niet lekker zijn of pijn hebben. Een ander verschil is dat er op Schiphol een Medische Dienst zit, hier brengen we mensen naartoe wanneer ze onwel zijn geworden of bijvoorbeeld een fit-to-fly nodig hebben. Je kunt het zien als een EHBO-post met een apotheek, waar huisartsen en verpleegkundigen werken. Er is zo’n post aan de landzijde en de luchtzijde. Wanneer mensen door de douane heen zijn, mogen ze niet meer naar de landzijde. Indien zij toch naar een ziekenhuis moeten, komt de marechaussee erbij en wordt hun paspoort ingenomen zodat ze het land in mogen. Bij de Ambulancedienst in Haarlem moeten we een inschatting maken of we iemand naar het ziekenhuis brengen of toch thuislaten. Op Schiphol kunnen we makkelijker zeggen: we gaan even langs de Medische Dienst en brengen het daar verder in kaart. Ook hebben we op Schiphol meer te maken met verschillende culturen en talen. Wanneer iemand geen Engels spreekt, kunnen we gelukkig snel hulp inschakelen. Op Schiphol is er vaak wel iemand beschikbaar die kan vertalen, mocht dat nodig zijn. Als dat niet het geval is, kan een familielid fungeren als tolk of gebruiken wij Google Translate.”
Laat het maar aan ons over
“Wij als ambulanceverpleegkundigen kunnen misschien niet altijd het verschil maken of iemand beter wordt of niet, maar we kunnen wel structuur aanbrengen in een stressvolle situatie. Ik vind het mooi dat wij de omstanders het gevoel kunnen geven dat ze het aan ons over kunnen laten. Wanneer er iets gebeurt ontstaat er toch vaak chaos. Mensen willen iets doen, raken in paniek en staan daardoor alleen maar in de weg. Het is voor ons dan een leuke uitdaging om structuur aan te kunnen brengen. Dit doen we door mensen bijvoorbeeld een taak te geven. Dit geldt niet alleen voor omstanders, maar ook voor zorgprofessionals waar we mee in aanraking komen. Vorige week hadden we een reanimatie in een vliegtuig. De reanimatie was al opgestart voordat wij aankwamen. Wanneer zoiets gebeurt, doet het cabinepersoneel een oproep in het vliegtuig of er een arts aanwezig is. Er was toevallig een Amerikaanse arts die direct begon met reanimeren. Toen wij aankwamen, merkten we dat hij heel erg zijn rol als arts wilde aanhouden en ons ging vertellen wat we moesten doen. Hij merkte gelukkig al snel dat we het in de hand hadden en dat bracht een bepaalde rust in de toch wel stressvolle situatie. Mijn collega’s en ik vonden het grappig om te zien dat hij dacht: o ja, dit kan ik wel aan hen overlaten.”