Ervaringsverhaal

Anesthesie: een technisch vak met patiëntencontact

Auteur:
Marlou Kramer
Marlou Kramer

Leendert Schild (53) werkt al ruim 31 jaar als anesthesiemedewerker. Sinds anderhalf jaar werkt hij voor een regionaal ziekenhuis als gedetacheerde via TMI. Ondanks dat hij zichzelf een buitenmens noemt en een mooie zomerse dag compleet aan je voorbij gaat op de OK, vindt hij het een prachtig vak. Leendert vergelijkt de anesthesie met de luchtvaart: “Als je een piloot ziet zitten in zijn cockpit dan denk je: ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’, maar het gaat erom dat je snel kunt anticiperen op het moment dat er iets niet klopt. Die uitdaging maakt dit vak aantrekkelijk.”

Van de verpleging naar de anesthesie

“Ik zie mezelf nog als broekie lopen in het ziekenhuis. Dat is inmiddels lang geleden en ik heb dan ook een hoop gezien tijdens mijn carrière.”, vertelt Leendert, die op zijn twintigste als leerling verpleegkundige is gaan werken. “In het tweede jaar moesten we een stage op de OK doen en ontdekte ik de anesthesie. Ik dacht direct: ‘Hier wil ik voor gaan!’. De combinatie van patiëntenzorg en de techniek die erbij komt kijken maakt het vak interessant. Vervolgens ben ik geswitcht van de verpleging naar de anesthesie en heb ik een inservice-opleiding gedaan. Dit houdt in dat je praktijk en theorie gecombineerd volgt als opleiding.”

Anesthesiemedewerker Leendert

Een werkdag van een anesthesiemedewerker

Hoe een werkdag eruitziet als anesthesiemedewerker is afhankelijk van het type ziekenhuis waar je werkt: een academisch-, perifeer- of een wat kleiner ziekenhuis. Leendert legt uit: “In het regionale ziekenhuis waar ik nu werkzaam ben, hebben we een dagdienst, uitloopdienst en een aanwezigheidsdienst. De dagdienst is van 07:30 tot 16:00 uur en om 08:00 uur ligt de eerste patiënt op tafel. In de uitloopdienst ben je oproepbaar en neem je een kamer over waar de operatie gedurende een dienst nog niet is afgerond. De aanwezigheidsdienst is van 12:30 tot 21:00 uur en aansluitend oproepbaar tot 07:30 uur. Je bent dan oproepbaar voor bijvoorbeeld een interne bloeding of keizersnede, vervolgens moet je binnen twintig minuten de OK kunnen opstarten. In het weekend zijn deze aanwezigheidsdiensten 24-uursdiensten.”

Hoe een dagdienst eruitziet? “Iedere werkdag word je op een OK ingedeeld van een bepaald specialisme. Dat kan Orthopedie, Gynaecologie, Chirurgie of een ander specialisme zijn, je kan het zo gek niet bedenken. Op een dag zijn een aantal patiënten ingepland. Je start met het inlezen van de eerste patiënt die je gaat ophalen en checkt de type ingreep, checkt het beademingstoestel, verzorgt de medicatiebereiding, legt het intubatie materiaal klaar en verdere benodigdheden. Vervolgens lees je de voorgeschiedenis van de patiënt en ga je na welke aandachtspunten extra van belang zijn. Het eerste patiëntcontact vind ik het belangrijkste.

Zonder dat er een woord is gezegd, kun je vanuit pure observatie al opmerken hoe iemand erbij ligt en op basis hiervan bepaalde beslissingen nemen, bewust of onbewust. Dit noemen we een klinische blik. Met een klinische blik zie je of het een jong en gezond persoon is die enkel tegen de operatie opziet of dat het gaat om een ouder iemand met een slechte conditie. Dit zijn factoren die je opmerkt voordat je het patiëntencontact aangaat en jezelf voorstelt. Je probeert in een korte tijd een band op te bouwen. Enerzijds om patiënten op hun gemak te stellen, anderzijds om voor jezelf duidelijk te hebben wat je kunt verwachten van de patiënt. De uitdaging is om in korte tijd vertrouwen te wekken bij de patiënt.”

Calamiteiten en teamwork

“Een andere uitdaging zit in de calamiteiten die zich kunnen voordoen waarop geanticipeerd moet worden. Je kunt niet uitgaan van het ergste scenario, maar je moet anticiperen op wat er gebeurd en altijd drie stappen vooruitdenken. Gisteren stond ik op de Orthopedie. Net wanneer ik de laatste patiënt op tafel wil neerleggen, komt er een spoedgeval binnen en dan moet je direct kunnen omschakelen. De patiënt die geopereerd zou worden, moest weer terug naar de beginruimte en het spoedgeval kreeg voorrang. Dat onverwachte, maakt het een leuk vak. Werken op de OK is echt teamwork. Op een operatiekamer lopen soms wel zeven tot acht man rond. Doordat je met elkaar op een relatief klein oppervlak werkt, word je heel close met elkaar.”

De uitdaging zit in calamiteiten waarop jij moet kunnen anticiperen.

Het twee-tafelsysteem

In Nederland kennen we het twee-tafelsysteem. Dit betekent dat er één anesthesioloog staat ingepland voor twee operatietafels in twee verschillende kamers. Op iedere kamer staat één anesthesiemedewerker ingepland. Leendert is de verlengde arm van de anesthesioloog. Er is een nauwe samenwerking tussen de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker: “Wanneer een patiënt in slaap wordt gebracht, doe je dit altijd met zijn tweeën. Op het moment dat de patiënt slaapt, verlaat de anesthesioloog de kamer. Ik bewaak de vitale functies van de patiënt gedurende de narcose op de OK. Op het moment dat er problemen zijn, neem ik contact op met de anesthesioloog, die altijd bereikbaar is. Vervolgens bespreek ik met de anesthesioloog wat er aan de hand is en vraag ik akkoord op de handeling of naar een alternatieve methode. Bij het wakker maken, doen we de uitleiding (de patiënt weer tot bewustzijn laten komen, red.) ook weer met zijn tweeën.”

Momenten die je bijblijven

Niet alle werkdagen zijn standaard als anesthesiemedewerker: “Ik ben opgeleid in het oude academische ziekenhuis LUMC, dit is een groot academisch ziekenhuis. Hier zag ik veel patiënten van ernstige verkeersongelukken binnenkomen. Wat mij altijd bij zal blijven, zijn ongelukken waarbij kinderen zijn aangereden en die helaas hieraan overlijden. Wanneer je naar de IC loopt, zie je de familie in spanning in de wachtruimte die wil weten wat er gaande is. Ik kon het dan niet over mijn hart verkrijgen om nadat we zo’n kind hadden afgeleverd op de intensive care direct terug te gaan naar onze eigen afdeling. Ik ging dan wel vaak naar de familie om een praatje te maken en uit te leggen wat wij hebben gedaan en wenste ze vervolgens sterkte toe. Dit is de andere kant van het vak, het gros van de patiënten komt voor een ingreep waar die beter van wordt. Maar je hebt ook nog de categorie, en gelukkig is die niet zo groot, waar het niet zo goed mee afloopt. Dat zijn de momenten die je bijblijven.”

Vroeger ging elke buik open, tegenwoordig zijn er meer kijkoperaties.

Anesthesie is een technisch vak

“Naast patiëntencontact spreekt het technische aspect van anesthesie Leendert aan, denk aan het aansluiten van bewakingsmonitoren, het inbrengen van het infuus en het instellen van de apparatuur. De ontwikkeling in de techniek is in de jaren dat ik werkzaam ben snel gegaan. De apparaten hebben nog steeds dezelfde functie, maar zijn geavanceerder geworden. Vroeger had je tien apparaten op elkaar staan met ieder zijn een eigen functie, tegenwoordig is dat geïntegreerd tot één groot apparaat waarin alle functies zitten. Daarnaast worden veel operaties door middel van een kijkoperatie gedaan, een voorbeeld van robotchirurgie.”

Interesse om te werken als anesthesiemedewerker?

Bekijk de vacatures

Heb je een vraag aan een van onze medewerkers?

Bel ons dan op 020 – 510 6754

Of stuur ons een bericht via: